Overhellende maatschappelijke democratie 1
Het burgerinitiatief kan niet meer stuk. De recente herwaardering van burgerinitiatieven en (lokale) gemeenschappen is waardevol. Maar de benadering van Kabinet-Jetten van deze lokale gemeenschappen miskent de volledige waarde ervan en legt vooral een instrumentele aanpak bloot. In de woorden van de coalitie: florerende gemeenschappen moeten ons helpen gezonder, duurzamer, weerbaarder en zelfredzamer te worden.2 Vooral op het gebied van weerbaarheid zien we deze instrumentele aanpak heel duidelijk: buurthuizen en sportverenigingen zijn ineens weer van belang, maar dan vooral voor onze weerbaarheid tegen ontwrichtende situaties. Het buurtinitiatief als reddingsvest in plaats van als cruciaal bindweefsel van de samenleving.
Parallel aan deze instrumentele herontdekking van burgerinitiatieven zien we ook ontwikkelingen die de rol van maatschappelijke organisaties juist inperken. Diverse voorstellen die recent in de Tweede Kamer behandeld werden, en (nog) niet werden teruggedraaid door het huidige kabinet, bevatten bijvoorbeeld een representativiteitstoets voor maatschappelijke organisaties, de eis om (buitenlandse) inkomsten transparant te maken, of voornemens om het demonstratierecht in te perken.3 Dit lijken algemene maatregelen, maar ze hebben in de praktijk vooral een inperkende werking voor NGO's en ideële organisaties.
Daarnaast lijkt het Kabinet-Jetten nogal eenzijdig in de omgang met maatschappelijke organisaties. Uit de ambtelijke vooronders klinkt de noodzaak om in een vroeg stadium te overleggen met ‘invloedrijke organisaties.’ Draagvlak van dergelijke zwaargewichten maakt het makkelijker om een compromis te vinden voor de huidige minderheidscoalitie. Anderzijds blijkt het juist lastig om met sommige organisaties gezien te worden, want alles is inmiddels ‘politiek’. Daar waar je voorheen nog met verschillende organisaties om de tafel kon, hangt daar nu snel een politiek prijskaartje aan omdat bepaalde organisaties direct als ‘te links’ of ‘te rechts’ bestempeld worden. De neiging om in alle rust achter de schermen plannen te smeden in nauwe samenwerking met een beperkt aantal grotere sectororganisaties is dan niet verbazingwekkend.
Slagvaardigheid zorgt voor slagzij
Natuurlijk is slagvaardige plannenmakerij gebaat bij deze voortvarendheid, zoals bijvoorbeeld het stikstofplan, het woningplan en een crisiswet om het stroomnet sneller uit te breiden laten zien. Tegelijkertijd doet deze eenzijdigheid niet alleen (nog verder) afbreuk aan de legitimiteit van het kabinet, maar brengt het ook serieuze risico’s voor de uitvoerbaarheid van de plannen met zich mee. Hier wees de Raad van State onlangs ook al op bij de belastingregeling voor de techsector.4
Deze eenzijdigheid zorgt ervoor dat de maatschappelijke democratie slagzij maakt: lokale gemeenschappen worden vooral gewaardeerd als uitvoerders van de weerbaarheidsopgave, de banden met een selectieve groep invloedrijke organisaties worden achter de schermen aangehaald, en ondertussen wordt tegenspraak zorgvuldig in de kiem gesmoord. Daadkracht op de korte termijn holt een constructieve relatie met de samenleving op de lange termijn uit. Dat is onaanvaardbaar en onverstandig.
Maatschappelijke én politieke participatie als fundament
Herman Tjeenk Willink formuleerde het klip en klaar: “geen vertegenwoordigende democratie zonder maatschappelijke democratie.” 5 Maatschappelijke democratie klinkt abstract, maar is het niet. Wij zijn allemaal ofwel werknemer, ondernemer, ouder, vrijwilliger, mantelzorger, recreant, wijkbewoner, sporter, en/of voorvechter van milieu- of mensenrechten. Via gemeenschappen en maatschappelijke organisaties doen we in verschillende rollen meer of minder actief mee aan het maatschappelijk leven.6 We draaien bardienst in de kantine van de voetbalclub, we gaan naar een bijeenkomst in het buurthuis, we doneren aan een goed doel, we organiseren een lezing voor andere leden van onze beroepsorganisatie, of we helpen mee een demonstratie in Den Haag te organiseren.
Veel maatschappelijke organisaties verbinden onze deelname aan de samenleving (maatschappelijke participatie) op verschillende manieren met een rol in de politieke besluitvorming (politieke participatie). Bij beroepsverenigingen staat politieke participatie voorop. De kappersbranche heeft bijvoorbeeld een expliciete taak om de kappersbelangen te vertegenwoordigen in Den Haag of bij de gemeente. Bij een voetbalvereniging staat maatschappelijke participatie meer voorop, denk aan de ouders die coach of kantine-vrijwilliger zijn. Hier is niets ‘politieks’ aan, zou je zeggen. Maar de verbinding met het politieke is er eigenlijk altijd, al is deze vaak niet zo zichtbaar. Bij de lokale voetbalclub vinden we het bijvoorbeeld terug in de contacten die de bestuursleden onderhouden met gemeenten. Andersom vinden we het ‘maatschappelijke’ ook bij beroepsorganisaties, bijvoorbeeld in de kennisuitwisseling of ontmoetingen die voor leden georganiseerd worden.
Omarm de samenleving
In elke gemeenschap of maatschappelijke organisatie schuilt zowel ‘het maatschappelijke’ als ‘het politieke’. En dan gaat het niet om de smalle opvatting van politiek als de vervulling van een politiek ambt of de institutionele architectuur van het openbaar bestuur. Het gaat hier om ‘het politieke’ opgevat als het identificeren en het vertegenwoordigen van een collectief belang in de publieke ruimte. En precies de verbindingen tussen ‘het maatschappelijke’ en ‘het politieke’ vormen de kern van een vitale maatschappelijke democratie.
De opdracht voor Kabinet-Jetten is dus simpel: blijf weg van de instrumentele verleiding die in de huidige politieke waardering van gemeenschappen schuilt. En val niet (dieper) in de slagvaardige valkuil om samenwerking en inspraak maar heel beperkt toe te passen.7 Hoe begrijpelijk ook, het brengt onze maatschappelijke democratie uiteindelijk tot zinken. En die maatschappelijke democratie is fundamenteel voor het behoud van onze democratische rechtsorde. Dus: faciliteer het organiserend vermogen van maatschappelijke organisaties én bescherm de mogelijkheid van hun tegenspraak.
Caelesta Braun, hoogleraar openbaar bestuur & maatschappelijke democratie; raadslid Raad voor het Openbaar Bestuur.
- Zie voor een uitgebreidere analyse hiervan: Braun, C. (2026). Maatschappelijke democratie op losse schroeven, CDV, lentenummer, 103-107
- Coalitieakkoord 2026, Aan de slag. Bouwen aan een beter Nederland, D66, VVD en CDA, www.kabinetsformatie2025.nl
- Zie; Kamerstukken II 2022/23, 36169 nr. 37 (motie Stoffer c.s.); De Jong, e.a. (2025), Rechtsvergelijking toegang tot de rechter van belangenorganisaties in algemeenbelangacties, WODC, Den Haag; Raad van State ( 2020), wet transparantie maatschappelijke organisaties, Kamerstukken II 2020/21, 35646, nr. 4; Swart, N.J.L. e.a. 2025, Het recht om te demonstreren in de democratische rechtsstaat, WODC, WODC rapport 3548.
https://www.vn.nl/kabinet-buigt-voor-techlobby-en-negeert-fikse-kritiek-raad-van-state
Tjeenk Willink, H. (2021), Kan de overheid crises aan? Waarom het belangrijk is om groter te denken en kleiner te doen, Amsterdam: Prometheus.
- Zie ook: Braun, C. (2022), Ongekende Belangen. Over maatschappelijke democratie en bestuurlijke responsiviteit, oratie Universiteit Leiden.
- Zie: Braun, C. and Fraussen, B. (2025), Een sterke overheid omarmt de samenleving, Idee, issue 229, december.