Overslaan en naar de inhoud gaan

De VVD op onontgonnen terrein

, column van Boris van Haastrecht

De VVD bevindt zich in een uiterst moeilijke positie binnen het kabinet-Jetten en heeft dat grotendeels aan zichzelf te wijten. De weigering van de VVD tijdens de formatie met GroenLinks-PvdA (tegenwoordig: PRO) te onderhandelen, maakt dat de minderheidscoalitie van D66, VVD en CDA nu in een permanente speurtocht naar parlementaire meerderheden verzeild dreigt te raken. De coalitiepartijen bewezen in de aanloop naar Prinsjesdag dat zij geen coherent plan hebben voor de wijze waarop zij de oppositie in de Tweede Kamer tegemoet willen treden. Sterker nog, de coalitiepartners hadden de grootst mogelijke moeite onderling tot overeenstemming te komen over de begroting. Dat leidde al bijna tot een kabinetsval, nog voordat de onderhandelingen met de oppositiepartijen serieus begonnen waren.

De grondslag voor de tweespalt binnen de minderheidscoalitie is dat D66 en CDA naar links kijken (PRO), terwijl de VVD naar rechts kijkt (JA21, SGP) in de zoektocht naar Kamermeerderheden. Sinds Dilan Yeşilgöz in 2023 het partijleiderschap op zich nam, heeft zij consequent een voorkeur getoond voor samenwerking met uiterst rechts boven links. Hoewel deze voorkeur van de VVD op het eerste gezicht wellicht voor de hand ligt, gaat het in feite om een harde breuk met het tijdperk-Rutte en het verdere VVD-verleden.

De oprichters van de VVD in 1948 wilden een vooruitstrevende middenpartij stichten die een brugfunctie zou vervullen tussen de sociaaldemocraten op links en de confessionele partijen op rechts. Naarmate verschillen in opvattingen over (sociaal)economisch beleid tussen de politieke partijen meer op de voorgrond kwamen te staan, kreeg de VVD in latere jaren een nadrukkelijker rechts profiel. Voorafgaand aan de Tweede Kamerverkiezingen van 1959 sloot VVD-leider P.J. Oud samenwerking met de PvdA in een coalitie bij voorbaat uit. Dat moment kan gezien worden als de definitieve vestiging van de VVD op de rechterflank van het Nederlandse politieke spectrum, rechts van de confessionele partijen (al zag Oud dat zelf niet zo).

Een constante in de coalitievoorkeuren van alle VVD-leiders vanaf Oud is dat zij vanuit de rechterzijde van het politieke spectrum naar het centrum keken: de liberalen zochten afwisselend samenwerking met christendemocraten of sociaaldemocraten. Vaak was de ideologische afstand tussen deze groepen niet moeilijk te overbruggen. Zo kwamen CDA-leider Dries van Agt en VVD-leider Hans Wiegel in 1977 in slechts enkele dagen tot een onderling regeerakkoord. Van 1994 tot 2002 werkten juist VVD en PvdA (en D66) relatief soepel samen in een regeringscoalitie.

De VVD bleef ook onder het politiek leiderschap van Mark Rutte (2006-2023) een pragmatische (of: opportunistische), bestuurlijk ingestelde partij. Dit leverde coalities op die sterk wisselden van politieke kleur. Zo verklaarde Rutte in 2010 blij dat “rechts Nederland zijn vingers zou aflikken” bij een kabinet van VVD en CDA met gedoogsteun van de PVV. Twee jaar later presenteerde hij samen met Diederik Samsom even vrolijk het regeerakkoord van zijn tweede kabinet, een coalitie van VVD en PvdA.

Wat alle kabinetten-Rutte met elkaar gemeen hadden, was dat de politieke strategie van de VVD vertrok vanuit de doelstelling stabiele meerderheden voor het regeringsbeleid te waarborgen. De les die Rutte trok uit de val van zijn eerste kabinet, was dan ook dat de PVV onbetrouwbaar was als (gedoog)partner. Daarbovenop sloot Rutte vanaf 2014 principieel toekomstige samenwerking met de PVV uit na discriminatoire uitspraken van Geert Wilders over Marokkanen. Hij wendde zijn blik naar het politieke midden en werd de langstzittende premier van Nederland.

Yeşilgöz brak rigoureus met deze keuzes van Rutte. Zij hief de blokkade op samenwerking met de PVV voorafgaand aan de Tweede Kamerverkiezingen van 2023 op. Het kabinet-Schoof dat vervolgens aantrad, was een politiek experiment dat voor alle betrokken partijen op een deceptie uitliep.1 Terwijl de mislukte samenwerking met de PVV in 2012 bij de VVD leidde tot een heroriëntatie op het politieke midden, gebeurde dat nu niet. In aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen van 2025 sloot de VVD niet alleen samenwerking met de PVV, maar ook met GroenLinks-PvdA uit. De reden daarvoor lijkt dat Yeşilgöz een persoonlijke afkeer van politiek links heeft, veel sterker dan dat bij Rutte het geval was.

Polarisatie en politieke fragmentatie zijn uitgegroeid tot structurele problemen voor coalitievorming in de Nederlandse politiek. Maar het is een bewuste keuze van het VVD-leiderschap het aloude streven naar bestuurlijke samenwerking in het politieke midden los te laten en zich in plaats daarvan op uiterst rechts te oriënteren.

Deze strategie van de VVD lijkt tot doel te hebben het uitgesproken rechtse profiel van de partij te versterken. Daarmee wordt afstand genomen van het soms kleurloze pragmatisme van Rutte. Ook lijkt de VVD te hopen zo kiezers te winnen van uiterst rechts. Deze strategie brengt echter risico’s met zich mee. In de eerste plaats brengt het de bestuurbaarheid van Nederland in gevaar: zelfs als het kabinet-Jetten in lijn met de voorkeur van de VVD steun verwerft bij JA21 en de SGP in de Tweede Kamer, is een meerderheid in de Eerste Kamer nog lang niet in zicht. Een kabinetscrisis of zelfs kabinetsval ligt dan bij voortduring op de loer, een scenario dat D66 en CDA juist willen voorkomen.

Het tweede potentiële risico is toekomstig electoraal verlies voor de VVD. Met de coalitiepartijen uit het kabinet-Schoof werd in 2025 door de kiezers keihard afgerekend. Relatief kwam de VVD toen nog het beste uit de bus, maar het vreugdedansje van Yeşilgöz op verkiezingsavond kon niet verhullen dat haar partij het zwakste resultaat boekte sinds 1971.2 In recente peilingen staat de partij op een (licht) verlies ten opzichte van de afgelopen Tweede Kamerverkiezingen.

Hoe de minderheidscoalitie nu verder wil, blijft ook na afloop van de Algemene Politieke Beschouwingen onduidelijk. De VVD en het kabinet-Jetten betreden politiek onontgonnen terrein. Zij lijken daar slecht op voorbereid.

Boris van Haastrecht is historicus en politicoloog, verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij schreef de biografie ‘Strijdbaar democraat’ over VVD-oprichter P.J. Oud.


  1. Simon Otjes en Jeroen Vervliet (red.), Het experiment-Schoof. Beschouwingen over het kabinet-Schoof 2024-2026 (Den Haag 2026).
  2. 14,2 procent in 2025 tegen 10,3 procent in 1971. In aantal zetels (22) was de uitslag in 2025 gelijk aan 1972, 1989 en 2006. Deze cijfers zijn afkomstig van de website parlement.com.