Hoe gaat het met de Nederlandse politieke partijen? Vanaf de start van het kabinet onder aanvoering van Rob Jetten gaan Jan Schinkelshoek en Gerrit Voerman stap voor stap de partijen langs. Hoe is Progressief Nederland, de nieuwe combinatie van PvdA en GroenLinks, uit de startblokken gekomen?
Het was natuurlijk een fusie uit armoe. In blakende welstand zou de PvdA noch GroenLinks er over gepeinsd hebben om samen een partij te vormen. Maar, net als met het CDA bijna vijftig jaar geleden, dreven electorale omstandigheden beide partijen naar elkaar toe. In 2021 was de tijd rijp om stappen te zetten. De PvdA was inmiddels gereduceerd tot een partij met minder dan tien zetels in de Tweede Kamer, en ook GroenLinks was na het succes bij de Kamerverkiezingen van 2017 weer behoorlijk teruggevallen. Het waren stappen die vanaf de jaren '70 — toen werd gedroomd van een Progressieve Volkspartij — steeds waren mislukt.
De tijd was, zogezegd, rijp voor een fusie. PvdA en GroenLinks, partijen die voortkomen uit twee verschillende tradities, waren ongeveer even groot - niet alleen in zeteltal, maar ook qua partijleden -, wat ook gevoelsmatig gelijkwaardigheid oplevert. Door de voortschrijdende verrechtsing van de Nederlandse politiek is aan de linkerzijde van politieke spectrum meer dan ooit behoefte aan een breed gedragen, doordacht, ontwikkeld links tegenverhaal. Wil je anno 2025/2026 vanaf links een vuist kunnen maken, is er nauwelijks andere keus dan samen te gaan. Daarom heeft niemand het over sterven-in-elkaars-armen, zoals bij het CDA indertijd.
Het was een top-down beweging. Het initiatief voor de centrum-linkse fusie kwam van boven. Het waren twee fractievoorzitters, Lilianne Ploumen (PvdA) en vooral Jesse Klaver (GroenLinks), die in 2021 de eerste stap zetten, in tweede instantie gesteund door partijvoorzitters. Uiteindelijk slaagde dat clubje erin de leden mee te krijgen, ondanks soms heftige weerstand van oudgedienden zoals oud-Kamervoorzitter Gerdi Verbeet en oud-partijleider Ad Melkert, zoals op de congressen midden juni bleek. Maar het was vrijwel steeds de partijleiding die het tempo bepaalde.
Dat ging bij de vorming van dat ene CDA (1980) aanvankelijk ook zo. Het waren na de verloren Kamerverkiezingen van 1967 de drie fractievoorzitters van KVP, ARP en CHU die ‘samen uit, samen thuis’ afkondigden. Maar toen die christen-democratische fusie dreigde te stagneren door conflicten aan de top, was het bijna tien jaar later de achterban die de impasse doorbrak: ‘Wij horen bij elkaar’. Andere partijfusies zijn duidelijk aan de basis ontstaan, zoals die van de ChristenUnie (GPV en RPF), door samenwerking bij gemeentelijke en provinciale verkiezingen. De kleine linkse partijen die vanaf 1990 GroenLinks zijn gaan vormen, vonden elkaar in de jaren ’80 ook in stad en land bij gemeenschappelijke acties tegen kerncentrales en kernwapens.
De totstandkoming van PRO lijkt misschien nog wel het meest op de fusie van de sociaal-democratische, vrijzinnige-democratische en christelijk-sociale partijen die na de Tweede Wereldoorlog de PvdA zijn gaan vormen: evenzeer van bovenaf gedirigeerd. Het was, anders gezegd, vooral een plebiscitair proces: de leiding nam beslissingen en creëerde zo voldongen feiten, de leden konden er achteraf over oordelen, maar hun speelruimte was beperkt.
Misschien kon het niet anders. PvdA en GroenLinks zijn twee verschillende partijen, partijen met een andere achtergrond, een andere oriëntatie, een andere mentaliteit, een andere traditie en een andere geschiedenis. Zeker, beide partijen zijn in de loop der jaren naar elkaar toegegroeid. Maar het PvdA-kader heeft van oudsher een stevige bestuurlijke instelling, gewend als de partij sinds jaar en dag is om mee te regeren. GroenLinks, fusie van partijen als de PPR (radicalen), CPN (communisten), PSP (pacifisten) en EVP (evangelischen), is meer idealistisch en activistisch gevormd. Dat de partij bij kabinetsformaties een paar keer buiten boord viel, is niet helemaal toevallig.
In het nieuwe PRO zullen de bloedgroepen nog wel een tijdje zichtbaar blijven. En wellicht zullen - vraag het aan het CDA - oude verschillen en tegenstellingen geregeld opspelen. Veel hangt ervan af hoe het ideologische profiel van de nieuwe progressieve partij zich zal ontwikkelen. Hoe herkenbaar sociaal-democratisch wordt de partij? Of dreigt een ‘GroenLinksificatie’?
De eerste signalen - het fusiecongres, het beginselprogramma (2026) en het verkiezingsprogramma (2025) - duiden er niet op dat PRO sociaal-economische kwesties achterstelt bij ecologische. Eerder het tegendeel is het geval. Op het oprichtingscongres van PRO sprak voorzitter Hans Spekman van de FNV, een spreker uit de milieubeweging schitterde door afwezigheid. PRO-leider Jesse Klaver hield een unverfroren sociaal-democratisch verhaal, waarin de ‘gezonde planeet’ er bekaaid afkwam. Het beginselprogramma zet eveneens sociaal-economisch in, het klimaat c.a. komt daarna aan bod. Die beide grote thema’s worden bijgehouden door solidariteit, een bij uitstek PvdA-begrip. Het is, zogezegd, het wondermiddel dat rood en groen bij elkaar brengt.
Veelzeggender is het verkiezingsprogramma dat op veel plekken spreekt van- nieuwe term - ‘sociale meerderheden’. ‘Dat zijn al die mensen die iedere dag hun best doen, en omzien naar elkaar. Dat is iedereen die aan het werk gaat om Nederland draaiende te houden, en alle vrijwilligers zorgen voor levendige sportclubs en schone wijken. Het zijn al die mensen die… elkaar helpen wanneer dat nodig is. Kortom: de sociale meerderheid, dat zijn wij.’ Het refereert aan de ‘zwijgende meerderheid’ waarmee vanaf rechts de Amerikaanse president Nixon graag schermde. Maar het is vooral een antwoord van PRO op de hardwerkende Nederlander van de VVD, die man of vrouw die voor zichzelf opkomt. Het doet vooral ook denken aan de ‘gewone man’ van Den Uyl, zoals ook blijkt uit de ‘gewone mensen’ die Klaver en andere PRO’ers graag ten tonele voeren. Het ‘eerlijk delen’ van diezelfde Den Uyl duikt eveneens weer op. Zelfs de befaamde/beruchte ‘spreiding van kennis, macht en inkomen’ komt als ‘eerlijk delen van rijkdom, kennis en macht’ weer terug in het jargon van de nieuwe partij. Het is, kortom, bepaald niet zo dat het rode denken aan kracht heeft ingeboet.
Dat het gezicht van PRO Nederland in belangrijke mate wordt bepaald door voormalige GroenLinkers is, om het op z’n Haags te zeggen, een aandachtspunt voor de nieuwe eenheidspartij. Jesse Klaver in de Tweede Kamer, Paul Rosenmöller in de Eerste Kamer - sinds het vertrek van Timmermans draait er aan de top geen PvdA’er meer mee. Het is een geluk bij een ongeluk zou je kunnen zeggen dat de gezichtsbepalende Bas Eickhout (ook GroenLinks en Spitzenkandidat van de Groenen bij de Europese verkiezingen van 2024) in het Europese Parlement een paar weken geleden is opgestapt. In combinatie met de benoeming van een nieuwe partijvoorzitter is het mogelijk de interne balans te herstellen.
De aanwijzing van een (nieuwe) partijleider zou wel eens een van de eerste grote tests voor de gefuseerde partij kunnen zijn. Toch maar Klaver? Of een open lijsttrekkersverkiezingscampagne tussen kandidaten uit de twee bloedgroepen met alle risico’s van dien? Beide partijen hebben er zeer negatieve ervaringen opgedaan: zie de strijd binnen GroenLinks tussen Jolande Sap en Tofik Dibi in 2012, en die in de PvdA tussen Lodewijk Asscher en Diederik Samsom in 2017.
Er gaat een andere, minstens zo gevoelige kwestie aan vooraf. Bij welke groeperingen sluiten PRO’ers in het Europese Parlement zich aan? Bij het sociaal-democratische blok? Of bij de Groenen? Dat is een beslissing waar veel emotie achter schuil gaat. Voor veel PvdA’ers (‘socialisten aller landen verenigt u’) zal het als verraad aanvoelen om niet in een fractie met Europese geestverwanten te opereren. De Groene affiliatie is bij alles wat GroenLinks heet al evenmin uitsluitend een zakelijke afweging.
Ook het minderheidskabinet onder leiding van premier Jetten kan het PRO Nederland nog verdraaid lastig maken. Op het oog kiest Klaver een heldere, eenvoudige lijn: wij willen zaken doen, maar op onze (linkse) voorwaarden en we laten ons niet tegen rechts uitspelen. Als leider van de op papier grootste partij - PRO staat er in de peilingen goed voor - oogt zijn positie ijzersterk. Maar in de praktijk kan dat wat ingewikkelder uitpakken. Wat als je impopulaire maatregelen op de koop, een mooie koop, toe moet nemen? Geeft de bestuurlijke reflex van de voormalige PvdA de doorslag? Of slaat de balans door naar het activistisch idealisme van het Groen Links-denken?
De fusie van PRO mag formeel zijn beklonken, maar de eenheidspartij staan nog grote uitdagingen te wachten
Den Haag/Groningen,
juni 2026
Jan Schinkelshoek, oud-lid van de Tweede Kamer (CDA), was hoofdredacteur van de Haagsche Courant en campagneleider van Ruud Lubbers in de jaren ’80. Gerrit Voerman, emeritus hoogleraar Nederlandse politiek aan de Rijksuniversiteit Groningen, was directeur van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen. Samen zijn zij een tour langs alle politieke partijen begonnen. Maandelijks doen ze verslag in De Hofvijver.
Links
- GroenLinks: https://www.rug.nl/research/dnpp/politieke-partijen/gl/ https://parlement.com/partij/groenlinks-gl
- PvdA: https://www.rug.nl/research/dnpp/politieke-partijen/pvda/
https://parlement.com/partij/pvda-partij-van-de-arbeid - PRO: https://www.rug.nl/research/dnpp/politieke-partijen/pro/
https://parlement.com/progressief-nederland-pro