We spreken vaak over de democratische rechtsstaat alsof het een eindbestemming is. Een land heeft een grondwet, vrije verkiezingen, onafhankelijke rechters en grondrechten, en daarmee lijkt de zaak in belangrijke mate geregeld. De democratische rechtsstaat is dan iets wat een samenleving bezit: een verworvenheid die, eenmaal bereikt, vooral moet worden behouden.
De werkelijkheid is minder geruststellend. Juist de afgelopen jaren hebben laten zien dat de democratische rechtsstaat geen toestand is die eenmaal kan worden bereikt en vervolgens vanzelf blijft voortbestaan. Steeds opnieuw komen vragen op over de uitoefening van macht en de bescherming van burgers. Dat laten actuele discussies over migratie, demonstraties, stikstof, de toeslagenaffaire, Europese integratie en de invloed van technologiebedrijven zien. Niet per se omdat de democratische rechtsstaat faalt, maar vooral omdat hij voortdurend wordt geconfronteerd met nieuwe uitdagingen. Achter deze uiteenlopende discussies schuilt steeds dezelfde fundamentele vraag: hoe moet politieke macht worden georganiseerd, gelegitimeerd en begrensd?
Dat is van oudsher de kern van wat juristen en politieke denkers constitutionalisme noemen. Constitutionalisme is niet simpelweg een verzameling juridische regels. Het is het idee dat politieke macht nooit onbeperkt mag zijn, maar moet worden uitgeoefend binnen een kader van fundamentele beginselen. Democratie, rechtsstatelijkheid, grondrechten, machtenscheiding en politieke verantwoording vormen de belangrijkste daarvan. Deze beginselen geven vorm aan de inrichting van politieke instituties en bieden tegelijkertijd bescherming tegen machtsmisbruik.
Vaak wordt gedacht dat constitutionalisme vooral gaat over het ontwerpen van instituties. Zodra een land beschikt over een parlement, een regering, onafhankelijke rechters en een grondrechtenkader, zou het belangrijkste constitutionele werk zijn verricht. Maar juist daar schuilt een misverstand. Constitutionele instituties zijn geen eindpunt. Zij vormen slechts tijdelijke antwoorden op de vraag hoe macht in een bepaalde tijd en context moet worden georganiseerd.
De democratische rechtsstaat is daarom geen statisch bouwwerk dat op enig moment voltooid raakt. Hij moet zich voortdurend verhouden tot veranderende maatschappelijke omstandigheden en nieuwe vormen van macht.
De klassieke democratische rechtsstaat werd ontwikkeld in een tijd waarin politieke macht vooral werd geassocieerd met de nationale overheid. Tegenwoordig wordt een belangrijk deel van de besluitvorming mede beïnvloed door Europese instellingen, internationale organisaties, onafhankelijke toezichthouders en allerlei vormen van publiek-private samenwerking. Daarnaast hebben sommige bedrijven een maatschappelijke positie verworven die enkele decennia geleden nauwelijks voorstelbaar was. Zo bepaalt Big Tech steeds nadrukkelijker welke informatie burgers ontvangen en onder welke voorwaarden zij aan maatschappelijke discussies kunnen deelnemen.
Daardoor ontstaan nieuwe constitutionele vragen. Hoe kunnen burgers invloed uitoefenen op besluitvorming die deels buiten het nationale politieke proces plaatsvindt? Hoe moet macht worden gecontroleerd wanneer zij niet langer uitsluitend bij klassieke staatsorganen berust? En welke rol spelen grondrechten wanneer private actoren een steeds grotere invloed uitoefenen op maatschappelijke processen?
Tegelijkertijd laten actuele maatschappelijke discussies zien dat de fundamentele waarden van de democratische rechtsstaat niet altijd harmonieus samengaan. Democratie, rechtsstaat en grondrechten versterken elkaar vaak, maar kunnen ook met elkaar op gespannen voet staan. Een democratische meerderheid kan maatregelen wensen die botsen met individuele rechten. Effectief bestuur kan vragen om snelle besluitvorming, terwijl rechtsstatelijke waarborgen juist vertraging en zorgvuldigheid vereisen. Veiligheid kan aanleiding geven tot vergaande bevoegdheden voor de overheid, terwijl dezelfde maatregelen vragen oproepen over vrijheid en privacy.
Dergelijke spanningen kunnen niet definitief worden opgelost. Zij behoren tot de normale dynamiek van een vrije samenleving. Juist daarom blijven discussies over de juiste balans tussen verschillende constitutionele waarden terugkeren.
Ook institutionele oplossingen zijn nooit definitief. Om macht te begrenzen worden bevoegdheden verdeeld, onafhankelijke rechters ingesteld en toezichthouders opgericht. Maar die oplossingen kunnen op hun beurt weer vragen oproepen over democratische legitimiteit, transparantie en politieke verantwoordelijkheid. Elke generatie wordt daardoor opnieuw geconfronteerd met de vraag of bestaande instituties nog voldoende aansluiten bij maatschappelijke ontwikkelingen.
De democratische rechtsstaat is dus geen vaststaand gegeven, maar een voortdurend project. Hij vraagt om permanente reflectie op de vraag waar macht zich bevindt, hoe zij wordt gelegitimeerd en op welke wijze zij moet worden begrensd. Nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen, nieuwe technologieën en nieuwe politieke uitdagingen zullen steeds opnieuw aanleiding geven om bestaande instituties, bevoegdheden en waarborgen tegen het licht te houden.
Precies die gedachte staat centraal in de recent verschenen bundel Macht, constitutionalisme en staatsrecht. Naar een herbezinning op de staatsrechtswetenschap. De bijdragen laten vanuit verschillende perspectieven zien dat vragen over macht, democratie, rechtsstaat en grondrechten niet behoren tot een afgesloten hoofdstuk van de geschiedenis. Zij blijven zich aandienen, juist omdat de maatschappelijke en politieke context waarin deze idealen gestalte moeten krijgen voortdurend verandert.
Dat vraagt om een andere manier van denken over de democratische rechtsstaat. Niet als een verzameling instituties die, eenmaal ingericht, vooral moeten worden beschermd, maar als een voortdurende constitutionele opgave. De staatsrechtwetenschap richt zich traditioneel sterk op bestaande instituties en hun historische ontwikkeling. Maar wanneer machtsverhoudingen veranderen, nieuwe actoren opkomen en nieuwe spanningen ontstaan, volstaat het niet om hoofdzakelijk achterom te kijken. Juist dan is er ook behoefte aan constitutionele verbeeldingskracht: aan nadenken over de vraag hoe democratie, rechtsstaat en grondrechten in nieuwe omstandigheden vorm kunnen krijgen.
Constitutionele reflectie is daarom geen luxe voor rustige tijden, maar een permanente voorwaarde voor een vitale democratische rechtsstaat.
Maarten Stremler is universitair docent constitutioneel recht aan de Universiteit Maastricht en mede-redacteur van de bundel Macht, constitutionalisme en staatsrecht.