Debatten over de opkomst van radicaal-rechts beginnen vaak met dezelfde vraag: wat is nu eigenlijk de echte oorzaak? Gaat het om migratie? Economische onzekerheid? Verlies van vertrouwen in de politiek? Sociale media? Of de afbraak van publieke voorzieningen?
De zoektocht naar één dominante verklaring is begrijpelijk. Politieke en maatschappelijke ontwikkelingen worden overzichtelijker wanneer ze teruggebracht kunnen worden tot één centraal probleem. Maar tegelijkertijd schuilt daarin ook een risico. Complexe maatschappelijke fenomenen laten zich zelden reduceren tot één enkele oorzaak.
Dat is precies de reden waarom ik mijn boek De Symfonie van Onvrede heb genoemd. Een symfonie bestaat uit verschillende instrumenten die samen een groter geheel vormen. Geen enkel instrument verklaart op zichzelf het volledige muziekstuk. Op vergelijkbare wijze probeer ik in mijn boek te begrijpen hoe verschillende maatschappelijke ontwikkelingen elkaar versterken en samen bijdragen aan gevoelens van onvrede, verlies van grip en steun voor radicaal-rechtse partijen in Europa.
De rode draad in mijn boek is de veranderende relatie tussen burger en overheid. In veel Europese landen ervaren burgers niet alleen onzekerheid over migratie, maar ook over wonen, zorg, bereikbaarheid, afval, of de openbare orde en de vraag of de overheid nog in staat en bereid is deze maatschappelijke problemen op te lossen. Zulke zorgen lopen in de praktijk vaak door elkaar heen.
Dat zien we bijvoorbeeld in krimpregio’s waar publieke voorzieningen verdwijnen: het ziekenhuis sluit, het openbaar vervoer verschraalt, scholen verdwijnen of gemeentelijke loketten worden gecentraliseerd. Zulke ontwikkelingen dragen bij aan gevoelens van verlies van grip, politieke verwaarlozing en afstand tot de politiek. Juist in die context kunnen boodschappen van radicaal-rechtse partijen meer weerklank krijgen.
Migratie speelt daarbij zonder twijfel een belangrijke rol. Maar veel onderzoek laat zien dat migratie regelmatig het thema is waarin veel andere zorgen samenkomen: zorgen over bestaanszekerheid, leefbaarheid, criminaliteit, culturele verandering of het functioneren van de overheid. Veel hedendaags onderzoek richt zich daarom niet alleen op de vraag welke opvattingen samenhangen met steun voor radicaal-rechts, maar ook op de vraag waarom die opvattingen in sommige contexten sterker politiek worden geactiveerd dan in andere.
Waarom vertaalt wantrouwen richting politiek zich soms juist in steun voor partijen die zich presenteren als anti-gevestigde-orde? Waarom worden gevoelens van culturele dreiging op sommige momenten politiek dominant, terwijl ze op andere momenten veel minder? En waarom ontstaan zulke patronen vaak sterker in regio’s waar mensen het gevoel hebben dat publieke voorzieningen verdwijnen en de overheid zich terugtrekt?
Dat is belangrijk, omdat het feit dat migratie in verkiezingscampagnes en het publieke debat centraal staat nog niet automatisch betekent dat alle onderliggende problematiek volledig tot migratie zijn terug te brengen. Een bredere onvrede zoekt een adres en migranten kunnen hierbij de zondebok worden. Politieke opvattingen ontstaan niet in een vacuüm. Ze worden gevormd door bredere ervaringen met overheid, economische veranderingen en maatschappelijke onzekerheid, maar ook de boodschappen van politici en journalistieke framing.
Bovendien wijst onderzoek erop dat opvattingen over migratie in veel Europese landen vaak veel stabieler zijn dan de electorale groei van radicaal-rechtse partijen zelf. Juist daarom proberen onderzoekers te begrijpen hoe zulke opvattingen in interactie met andere maatschappelijke ontwikkelingen politiek dominant kunnen worden.
Juist daarom hoeven verschillende verklaringen van de opkomst van radicaal-rechts elkaar niet uit te sluiten. Integendeel: ze versterken elkaar vaak. Economische veranderingen kunnen zorgen over migratie versterken. Afnemend vertrouwen in instituties kan mensen ontvankelijker maken voor anti-gevestigde-orde-retoriek. Sociale media kunnen maatschappelijke spanningen verder aanjagen en verscherpen. Regionale ongelijkheid kan gevoelens van politieke verwaarlozing verdiepen.
Toch vervalt het publieke debat vaak opnieuw in eenvoudige tegenstellingen. Alsof het óf over nationale identiteit gaat óf over economie. Óf over cultuur óf over bestaanszekerheid. Óf over migratie óf over publieke voorzieningen. Juist die versmalling maakt het moeilijk om de maatschappelijke dynamiek achter de opkomst van radicaal-rechts werkelijk te begrijpen.
Mijn boek probeert daarom niet één alternatieve verklaring in de plaats te zetten van een andere. Het probeert juist zichtbaar te maken hoe verschillende maatschappelijke ontwikkelingen op elkaar inwerken. Niet omdat complexiteit een excuus zou zijn om geen duidelijke keuzes te maken, maar omdat democratische samenlevingen beter functioneren wanneer maatschappelijke problemen in hun volle breedte besproken kunnen worden.
Dat bredere gesprek is belangrijker dan ooit. In vrijwel heel Europa staan vertrouwen in instituties, democratische representatie en maatschappelijke samenhang onder druk. Juist daarom hebben we behoefte aan een publiek debat dat ruimte laat voor nuance en complexiteit, in plaats van steeds opnieuw te zoeken naar één allesverklarende oorzaak.
Complexe maatschappelijke onvrede past uiteindelijk niet in één verklaring. Misschien is dat precies wat het publieke debat vandaag het moeilijkst vindt om te accepteren.
Catherine de Vries is hoogleraar politieke wetenschappen bij IE University. Haar boek De symfonie van onvrede is te verkijgen bij Libris.