Overslaan en naar de inhoud gaan

Partij voor de Dieren, constant, maar roerig 

, column van Jan Schinkelshoek en Prof.Dr. Gerrit Voerman

Hoe gaat het met de Nederlandse politieke partijen? Vanaf de start van het kabinet onder aanvoering van Rob Jetten gaan Jan Schinkelshoek en Gerrit Voerman stap voor stap de partijen langs. Hoe vergaat het de Partij voor de Dieren, een constante, maar roerige factor op links? 

 

De Partij voor de Dieren is niet meer weg te denken. Al twintig jaar is de partij vertegenwoordigd in de Tweede Kamer. Ondanks een roerige geschiedenis - nogal wat interne conflicten en wrijvingen - is de PvdD een constante factor op links gebleken. Hoewel klein, is de partij bepaald succesvol. Dierenrechten en dierenwelzijn zouden zonder de partij, die in de Haagse wandelgangen ‘Dierenpartij’ wordt genoemd, niet zo hoog op de agenda staan. 

Misschien is de Partij voor de Dieren wel de grootste tegenstander van zichzelf. Nadat de partij onder aanvoering van Marianne Thieme in 2006, verrassend, twee Kamerzetels behaalde, heeft de PvdD zichzelf regelmatig in de weg gezeten. Wie door de partijgeschiedenis bladert, ontdekt een lange reeks aan interne conflicten, ettelijke keren uitlopend op afsplitsingen. Al na vier jaar waren er spanningen rondom nummer twee, Esther Ouwehand. In 2019 begon het Tweede Kamerlid Femke van Kooten-Arissen voor zichzelf, met een partij die ze Splinter noemde. Kort na haar vertrek royeerde het partijbestuur Sebastiaan Wolswinkel, die een half jaar daarvoor verrassend door de leden was verkozen tot partijvoorzitter, ten koste van de bestuurskandidaat. In de aanloop naar de Kamerverkiezingen van 2023 ontstond een hooglopend conflict tussen fractievoorzitter Ouwehand en het partijbestuur. Vorig jaar splitsten malcontenten zich af - geen extra geld voor defensie - en gingen door als de pacifistische Vrede voor Dieren. En een week voor de verkiezingen van 2025 ontstond een breuk in de Eerste Kamerfractie, waarbij Niko Koffeman, die claimt de geestelijk vader van de PvdD te zijn, opstapte. Op het nippertje behield de partij drie zetels in de Tweede Kamer.

Vermoedelijk heeft het ‘gedoe’ - de Haagse standaarduitdrukking voor alles wat met ophef te maken heeft - kiezers afgeschrikt. Anders laat zich die stagnatie niet verklaren. Vanaf de start sloeg de Partij voor de Dieren - een nieuwkomer, een buitenstaander - aan. In 2021 behaalde de partij zes Kamerzetels, peilingen in 2023 lieten zien dat zelfs meer dan tien zetels tot de mogelijkheden behoorde. Ook bij gemeentelijke en provinciale verkiezingen deed de PvdD het goed. Hier en daar, o.a. in Arnhem, Groningen en Almere, traden eigen wethouders aan. Sinds 2014 is de partij met één zetel ook in het Europese Parlement vertegenwoordigd. Ondertussen groeide de PvdD als kool. Begin dit jaar telde de partij ruim 33.000 leden en is ze een van de grootste ledenpartijen, net iets kleiner dan de grote verkiezingsoverwinnaar D66.  

De Partij voor de Dieren is een van die nieuwe partijen die te snel groeiden. Hoewel het partijcongres statutair het hoogste orgaan is, hield de partijleiding een flinke vinger in de pap. Toch kon met name de oude garde - de club van mensen rondom mede-oprichter Marianne Thieme - niet voorkomen dat er scheurtjes ontstonden. Dat heeft ook te maken met de centralistische, hiërarchische structuur van de partij. Veel werd op het hoogste niveau bepaald - tot en met deelname aan gemeenteraadsverkiezingen. Tot op de dag van vandaag heeft de partij geen lokale afdelingen, zoals de meeste andere partijen, maar provinciale. In vier provincies zijn er slechts werkgroepen, die direct onder het partijbureau vallen.  

De oude garde had zichtbaar moeite om de dingen los te laten, wat zich wreekte toen steeds luider om verbreding werd geroepen. Zou de Partij voor de Dieren niet meer ‘mensgeoriënteerd’ moeten worden? Zou ze ook niet bestuurlijke verantwoordelijkheid moeten durven nemen - en niet terugschrikken voor compromissen? Al langer woedt die discussie als een veenbrand binnen de PvdD. 

De Partij voor de Dieren is opgericht als een typische getuigenispartij. Voortgekomen uit de ‘dierenbeweging’ (Bont voor Dieren, Wakker Dier), stelden activisten als Marianne Thieme, Lieke Keller, Elze Boshart en media-strateeg Koffeman (die ook de SP adviseerde) zich ten doel in de politiek aandacht te vragen voor dierenwelzijn en dierenrechten - in de vorm van wat zij ‘expressieve politiek’ noemden. Om mensen wakker te schudden, werden heel idealistisch en activistisch morele verantwoording, waarden en standpunten ingezet. Dat stond lijnrecht tegenover instrumentele politiek, een vorm van politiek waarin je bereid bent compromissen te sluiten om praktische resultaten te boeken, iets waarvoor steeds meer nieuwkomers pleitten. 

Onder leiding van Esther Ouwehand is de partij meer die kant opgeschoven. Het kostte haar in 2023 bijna de kop, maar onderhuids sluimert het nog steeds, zoals vorig jaar bleek. Ouwehands keus om extra defensie-uitgaven te verdedigen leidde tot een nieuwe breuk, tot in de Eerste Kamer toe. Senator Koffeman vond dat de PvdD te veel oog had voor ‘mensenonderwerpen’, zoals de oorlog in Oekraïne en het Israëlische optreden in Gaza. Ex-partijleider Thieme stelde dat ‘wapens en groen… principieel onverenigbaar’ zijn en beschuldigde de Tweede Kamerfractie zelfs van kiezersbedrog.

De wrijvingen zijn ook ideologisch gekleurd. De Partij voor de Dieren hangt het animalisme aan, een smalle ideologie (zoals Paul Lucardie het ooit noemde). Het draait om compassie met levende wezens, mens zo goed als dier. Het vertaalt zich in pleidooien voor gelijke rechten voor dieren en mensen. Het mondt vaak uit in een ‘interdependente, planeetbrede’ benadering, een visie waarin de onderlinge afhankelijkheid van natuur, dier en mens centraal staat. In de verkiezingsprogramma’s van de PvdD wordt (sinds 2021) Aarde dan ook niet toevallig met een hoofdletter geschreven.

Hoe breed trek je dat? Zo’n ideologie laat zich verbreden tot een linkse politiek, waarmee je in de buurt van de SP komt. Je kunt het gebruiken voor een stevige vermogensbelasting, verhoging van uitkeringen - tot en met ‘compassie’ met vluchtelingen en asielzoekers. Ook onder Thieme kwamen deze onderwerpen in de verkiezingsprogramma’s aan de orde, maar onder Ouwehand werden zij verder uitgewerkt en sterker benadrukt.  

Afgaande op de partijgeschiedenis heeft de Partij voor de Dieren het succes grotendeels in eigen hand. Na de komende fusie van de PvdA en GroenLinks komt er, in elk geval op papier, meer ruimte voor een linkse en een groene, op dieren gerichte politiek zoals de PvdD die praktiseert. Met een minderheidskabinet krijgt ze, ook in theorie, meer mogelijkheden om ‘mee te doen’. Of blijft de partij zichzelf in de weg zitten? 

Den Haag/Groningen, mei 2026 

Jan Schinkelshoek, oud-lid van de Tweede Kamer (CDA), was hoofdredacteur van de Haagsche Courant en campagneleider van Ruud Lubbers in de jaren ’80. Gerrit Voerman, emeritus hoogleraar Nederlandse politiek aan de Rijksuniversiteit Groningen, was directeur van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen. Samen zijn zij een tour langs alle politieke partijen begonnen. Maandelijks doen ze verslag in De Hofvijver. 


Zie verder over de Partij voor de Dieren: 

Binnenkort verschijnt bij Uitgeverij Boom: Simon Otjes & Léonie de Jonge (redactie), Een kwarteeuw in de Haagse vissenkom. De Partij voor de Dieren in de Nederlandse politiek, zie: https://www.boom.nl/geschiedenis/100-20087_Een-kwarteeuw-in-de-Haagse-vissenkom