Overslaan en naar de inhoud gaan

Policy paper 15: Het correctief bindend referendum

Het correctief bindend referendum voorkant

Decennialang wordt er getracht om het correctief bindend referendum op te nemen in de Grondwet. Om verschillende redenen strandde het initiatief telkens weer, waardoor het nu voor de vijfde keer parlementair wordt behandeld. Dit paper brengt de vraagstukken rondom het voorstel in kaart. Daarbij wordt gekeken naar de plaats van het referendum in het huidige democratische bestel, lessen uit de praktijk, de steun en ervaren legitimiteit, juridische aspecten en adequate informatievoorziening. Hieruit komt naar voren dat het correctief bindend referendum een welkome aanvulling is op de democratie, mits het goed wordt ingebed en ingezet.

Het correctief bindend referendum is sinds 1996 officieel in politieke behandeling. Het instrument kan door ‘het volk’ worden ingezet om de onvolkomenheden van de representatieve democratie bij te stellen. Dit zou een wezenlijke aanpassing van het democratische bestel betekenen. Het is dus van belang alle relevante elementen goed te overwegen alvorens het correctief bindend referendum in te voeren.  

Uit eerdere referenda in binnen- en buitenland zijn veel lessen te trekken, die lang niet allemaal worden meegenomen in het grondwetsvoorstel of in de hoofdlijnenbrief over de uitvoeringswet. Dit betreft bijvoorbeeld overwegingen omtrent informatievoorziening, campagnevoering en evaluatie. Verschillende actoren kunnen hierin een belangrijke rol spelen. In dit paper worden de belangrijkste overwegingen voor de invoering van het correctief bindend referendum belicht. 

TitelHet correctief bindend referendum 
AuteursHenk-Martijn Breunese, Ruud Koole, Jelle Lammerts van Bueren, Kristof Jacobs, Joost Westerweel, Philip van Praag, Take Sipma, Paul Dekker, Hansko Broeksteeg, Tom van der Meer, Charlotte Wagenaar, Michael Hameleers, Mariken van der Velden, Ellen Droog, Luuk Eilers en Eline Huurman 
DatumMei 2026
Download PDF