We kunnen niet overal aandacht voor hebben. Zo is het ook in de politiek. Aandacht voor het ene onderwerp gaat vaak ten koste voor aandacht van het andere. Dit is niet veel anders bij de Troonrede van 2011. Vergeleken met drie jaar geleden staat het onderwerp economie, met daarbij inbegrepen de economische en monetaire problemen in Europa, hoog op de politieke agenda. Sinds 1985 was ongeveer steeds 10 procent van de Troonrede bestemd voor macro-economische onderwerpen, maar de afgelopen drie jaar wordt bijna een kwart van de troonrede ingevuld met zinnen over de economische en financiële crisis (zie grafiek 1). En anders dan in eerdere jaren krijgen niet alle ministeries nog zendtijd in het voorgelezen verhaal. Landbouw, ruimtelijke ordening en milieu moeten het al een paar jaar met weinig ruimte op de prioriteitenlijst doen. Sommige onderwerpen zijn zelfs helemaal niet meer genoemd. Zo is de aandacht voor woningbouw, een prettige woonomgeving, infrastructuur en openbaar vervoer helemaal uit de Troonrede verdwenen. Bij het onderwerp woningbouw is dit opvallend, omdat in de vorige troonrede er nog gesproken werd van een woningmarkt die volledig op slot zit. Ook opvallend is de sterk afgenomen aandacht voor immigratie en integratie.
Dan last en ook least: de Miljoenennota die naar verwachting slechts weinig burgers zullen lezen, telt verwijzingen naar Europa en de Europese Unie, maar de Troonrede heeft die allerminst. De regering weet wel degelijk dat nagenoeg alles van onze nationale begroting verknoopt is met die in Brussel, maar hardop zeggen in de Troonrede durft zij dat niet. De aandacht voor Europa is in dertig jaar niet zo laag geweest.
Gerard Breeman en Arco Timmermans
Meer informatie over het onderzoek naar de politiek van de aandacht vindt u hier.