Ankeiler:
Nationale partijen gevoelig voor druk kiezers om een kritische houding jegens Europa te nemen.
tweede laag
Nationale partijen in de EU-lidstaten hebben in verhouding weinig aandacht voor Europese onderwerpen. Aan de ene kant begrijpelijk vanwege de toenemende EU-scepis onder de Europese kiezers, aan de andere kant verwonderlijk omdat naar schatting 50 tot 70 procent van de nationale wetgeving beïnvloed wordt door Europa.
De onderzoekers Lucie Spanihelova en Brandon Zicha van het MI komen tot de conclusie dat nationale partijen weten in te spelen op zowel postieve als negatieve Europese gevoelens van de kiezer. Politieke partijen zetten Europese onderwerpen onder druk van de kiezer op de agenda als de kiezer het een belangrijk onderwerp vindt.
Aangeleverd
Politieke partijen worden veelal gezien als een van de belangrijkste instrumenten waarmee het volk zijn wil kan vertalen in actie van de overheid. Van wetgeving tot bureaucratische processen, overal spelen politieke partijen een bemiddelende rol. Maar, ze zijn ook de primaire actor in het voorstellen van nieuw beleid, het tegenhouden van ongewenst beleid en het tegen het licht houden van de uitvoering van beleid door de regering en het ambtelijk apparaat. Dit komt omdat onderwerpen die door politieke partijen worden geagendeerd vaak overgenomen worden op de agenda van de regering. Maar, wanneer gaan politieke partijen aandacht besteden aan de kritische houding van burgers ten aanzien van Europa, en hoe wordt het belang van Europa doorvertaald naar de beleidspraktijk?
Nationale politieke partijen in de EU-lidstaten worden veelal gekenmerkt door EU-lauwheid. Onderwerpen met daarin een factor Europa krijgen minder aandacht. De nationale verkiezingen in de lidstaten waarbij Europa een belangrijke rol speelde, zijn op 1 hand te tellen. Deze EU-lauwheid staat in contrast met de afname van steun voor Europa onder de meeste Europese kiezers. Daar staat ook nog eens tegenover dat Europa, en dan vooral haar wetgeving, een alsmaar groeiende invloed heeft op de nationale wetgeving. Hoewel de schattingen van deze invloed verschillen per lidstaat ligt dit voor sommige lidstaten zelfs op 50 tot 70 procent van de nationale wetgeving die beïnvloed wordt.
Deze ontwikkelingen, namelijk steeds groeiende invloed van EU-wetgeving, afnemende steun voor Europa onder kiezers en een continu laag niveau van aandacht van nationale politieke partijen voor Europa, zijn zorgwekkend. In feite zou dit betekenen dat de vertaalslag tussen kiezers en beleid niet meer zou functioneren. Men zou zelfs de vraag kunnen stellen of de kiezer nog wel zoveel te zeggen heeft over de beleidsterreinen die inmiddels vallen onder de bevoegdheid van de EU. Daarnaast kan men zich afvragen of nationale politieke partijen nog wel voorzien in hun rol als vertalers van de wens van het volk naar beleid en wetten.
Recent onderzoek van onderzoekers Lucie Spanihelova en Brandon Zicha van het Montesquieu Instituut maakt echter inzichtelijk dat politieke partijen, ondanks de hierboven beschreven trends, redelijk gevoelig zijn voor verhoogde druk van kiezers om een kritische houding ten opzichte van Europa aan te nemen. In een aantal macro-economische modellen tonen de onderzoekers aan dat, wanneer een groep nationale kiezers zich zorgen maakt om het handelen van de EU en belang hechten aan dat handelen, de politieke partij dit signaal oppikt en vertaalt naar haar agenda. Zo zullen deze partijen meer nadruk leggen op die onderwerpen waarover de kiezer zich, in de Europese context, zorgen maakt. Ook zullen ze deze onderwerpen juist tijdens verkiezingen onderstreept worden. Opmerkelijk genoeg maakt het voor de mate van verhoogde aandacht niet uit of de kiezers positief of negatief staan ten opzichte van het door Europa opgestelde beleid.